‘Voldoende ICT-talent aanwezig maar we moeten waken voor teveel truttigheid’

Eric van TolSteeds meer studenten kiezen voor big data-onderwijs. Daarmee sluiten ze aan op de behoefte van het bedrijfsleven dat naarstig op zoek is naar goed digitaal onderlegd talent. Hoe speelt een opleider als Fontys in op deze behoeften uit het bedrijfsleven? Is er voldoende talent en hoe onderscheiden de talenten zich? Eric van Tol, Directeur van het Expertisecentrum Big Data aan de Fontys hogeschool: “Talent is er voldoende. Wat betreft succes op de arbeidsmarkt, daarbij kan een bezoek aan het Talent Event een handje helpen.”

Eric van Tol is niet alleen vanuit Fontys als kennispartner betrokken bij het Talent Event, hij vertolkt dezelfde rol voor de eind september gehouden Big Data Expo (BDE). Hij zag de beurs uitgroeien tot een volwassen beurs. Mijn rol én die van Fontys is bij het Talent Event vergelijkbaar als bij de BDE, namelijk een kijk geven en krijgen op de toekomst wat betreft digitalisering.”
 

Kritischer studenten
De vraag naar ICT’ers neemt snel toe. “We zijn op een kantelpunt aangekomen waar de noodzaak groot is om bedrijven en onderwijs steeds intensiever te koppelen.” Fontys stoomt steeds meer ICT-studenten klaar voor het bedrijfsleven. Dat doet de onderwijsinstelling volgens Van Tol door een mix te bieden die voor 50 procent bestaat uit theorie en voor 50 procent uit de praktijk bij bedrijven. Bijvoorbeeld in de vorm van stages. “Studenten weten zo direct waar ze voor studeren. Ze lopen bij bedrijven tegen zaken aan die ze in hun studie nog niet zijn tegengekomen. Ook valt het me op dat ze kritischer naar een werkgever toe zijn dan vroeger.” Een paar aspecten zijn en blijven volgens hem standaard voor ICT-studenten en dat is dat ze technisch onderlegd moeten zijn, weten hoe ze data opslaan en kunnen analyseren. “Ik twijfel over het nut om elke niet ICT-student een cursus programmeren aan te bieden er zijn andere vormen om ICT te leren.”  

Talent Event als ontmoetingsplek
Tijdens het Talent Event kunnen bedrijfsleven en studenten aan elkaar snuffelen. Van Tol noemt het een wederkerige ontmoetingsplek. “Studenten kunnen er feeling houden met het bedrijfsleven en bedrijven zien wat er aan talent rondloopt. Een fysieke ontmoeting is altijd goed. Sterker, het is een nodig aanvulling op de digitale mogelijkheden. Ik raad studenten dus aan om te gaan en zich voorafgaand voor te bereiden door enkele vragen te beantwoorden. Ze moeten nadenken over het type baan en bedrijf waarin ze zichzelf herkennen.”

Communiceren met leden van de raad van bestuur
In menig onderneming heeft het bestuur weinig kaas gegeten van ICT. Op de vraag in hoeverre ICT-studenten zijn voor te bereiden op het overbrengen van digitaliseringsboodschappen komt Van Tol met een gevat antwoord: “Een bestuurder heeft zelf de plicht om te begrijpen wat ICT inhoudt. ICT is een te belangrijke factor geworden in bedrijven en onze samenleving in het geheel. Het is aan ons om studenten te leren hoe ze moeten communiceren en hun bevindingen het beste kunnen uitleggen.”

Waken voor truttigheid
Talent komt vanzelf bovendrijven, is de mening van de directeur. “Talent heeft kennis van ICT, kan zelf iets bouwen dan wel opzetten en heeft gevoel voor business. Ik schat in dat het merendeel slaagt in het bedrijfsleven, 10 procent van de studenten zijn super talenten die business talent en tegelijk ICT talent hebben. Dit zijn de ‘growth hackers’ waar de markt om vecht.” Van Tol streeft ernaar om te waken voor al teveel truttigheid onder studenten. “Niet alles gaat vanzelf en je moet niet alle risico’s willen vermijden. We proberen ze te confronteren met moeilijke zaken, ze te laten zwemmen, maar verdrinken is er niet bij.”

‘Hoop dat het event gonst’
Van het ICT Talent Event heeft hij goede verwachtingen. “Ik hoop dat het gonst, dat bezoekers inzicht krijgen in wat er speelt. Het is voor bedrijven een ideale kans om de potentie van studenten te peilen. Studenten moeten er een beeld vormen van de mogelijkheden die bedrijven ze bieden. Ik denk echt dat er een markt is voor een event als dit, zeker nu.”